WVDWolff | folio 282 d grosse uijtgegeven
Op den 20ste desember anno 1700 twee en sestigh compareerden voor mij Jan Zijp notaris bij den ed[ele] hove van Holland geadmitteert residerende binnen den schout ampte van Abbekerk gelegen in Noord Holland in presentie van de e[erzame] Jacob Camp de Jonge ende Jan Jacobsz Clomp beijde te Twisk gelegen in gemelde schoutampte woonagtigh mij notaris bekent als luijden van gelove tot getuijgen deses versogt dewelke verklaarden de comparanten seer wel te kennen de eersame Jan Gerritsz van Delden meerderjarige jongman en bruijdeomg woon nende binnen de stad groningen ter eenre endede eerbareJosijntje Pieters Vervelt meerderjarige dogter en bruijd woonende tot Abbekerk voornoemt ter andere zijde
welke comparanten ten overstaan en bij sijn van de nagenoemdevrindenaan mij notaris en getuijgen schriftelijk hebben ter hand gesteld een opstel van huwelijkse voorwaarde met te kennen geving dat sij wilden dat van deselven door ons overlijden van Klaas Klompsoude | |
| soude worden gemaakt haar huwelijkse voorwaarde in forma als volgt dat het egtschap ofte huwe lijk tusschen de e[erzame] Jan Gerritsz van Delden (zoon van wijlen GerritJansvan Delden en Trijntje Coertsz Vervelt in der tijd egte lieden) als bruijdegom ter eener ende d e[erzame] Josijntje Pieters Vervelt (dogter van wijlen Pieter Hend[riksz]
Vervelt en Lijsabet Pieters in der tijt egte lieden) als bruijd ter andere zijde met wedersuhdse vrinden raad is gedeedigt en ge sloten op volgende voorwaarde Ten Eersten sijn de bruijdegom en bruijd benevens aanwe sende vrinden wel te vreden met alsoodanige goederen als deze toekenede egteliden aan elkanderen komen te brengen welke aan te brengene en staande huwelijk aan te ervene of aantestervene goederen na egte beslaping niet sullen wesen gemeen maar in ongemeen schap zijn en blijven egter sal winst en verlies staande huwelijk voorvallende weesen gemeen | |
| 384
gemeenhalf en half e zal van de aante brengene en staande huwelijk aangeerft wordnede goederen exempt de huijsgeraden en inboel en biblioteek comform t 6de> articul hier onder gestelt en inventarium worden opgemaakt en door beijde toekomende egtelieden worden verteekent welke van die kragt sal zijn als off in desen woordelijk ware geinse reert Ten tweeden Kind off kinderen uijt dit huwelijk worden verwekt zoo sullen zoons en dogters tot hunne ouderen nalatenschap en voorts tot en in alle gavallen van erf en versterf hooft voor hooft sonder onderscheijt van sexe gelijk geregtigt sijn en het regt van represen tatie genieten om in plaatze van hun over
leden ouders te kunnen en mogen erven Ten derden indien dit aanstaande huwelijk door de dood ontbonden | |
| ontbonden wort sonder kint of kinderen daar uijt naetelaten het zij er die geweest zijn of niet zoo sal de langstlevende alle de eerststervendes natelatene goederen soo aan gebragte als aangeerfde en aangewonnen goede ren desselvs leven lang ter lijftogt besitten en gebruijken en des noods zijnde te mogen vertoonen uijtgesondert het lijfstoebehoren het welke de langstlevende met verloop van drie maanden na het versterf van de eerst overlijdende aan des eerstoverledens erfgenamen
zal moeten uijtkeeren en soo wanneer de bruijdegom de eerstervende is zoo sullen de goederen waar van in articul 8 gesegt wert uitgesloten zijn en niet onder dit gestelde lijftogt begrepen moeten worden Ten vierden bruijdegom voor de bruijd off de bruijd voor de bruijdegom verstervende verstervende kind of kinderen nalatende zoo sal de langstlevende uijt alle des eerstverstorvene nagelaten goederen genieten ter lijftogt een vierde gedeelte benevens nog een kinds part sijn of haar leven lang ook des noods | |
of momber |
385 noods sijnde te moogen verteeren sullende de overige goederen in cas van meerderharigheijd der kinderen worden uijtgekeert en soo wanneer de langstlevende sig ten tweeden huwelijk begeeft soo sullen de kinderen voor haar aandeel volgens dit contract moeten worden afgekogt mits dat t selve blijft tot trouwen of meerderjarig heijd der kinderen onder de langstlevende sullende de langstlevende wanneer kind of kinderen komen te overlijdenvan deselveniet erven als sullende het eene kind in minderjarigheijd of ongetrouwt of meerderjarig (sonder contrarie dispositie te hebben gemaakt) komende te overlijden soo sullen derselver goederen ver erven van t eene kind op t andere en het laast mede in desselvs minderjarigheijd of ongetrouwt of meerderharig (sonder contrarie
dispositie te hebben gemaakt) overlijdende zoo sal de langstlevende der egtgenoten alle de goederen desslevs leven lang ter lijftogt be sitten en gebruijken en des noods zijnde ook te mogen verteeren gelijk art[ikel] 3 gesegt is en sal van desen en anderen lijftogten in desen vermelt geen eenige borgen mogen wordne geeijst Ten vijfden kind of kinderen na beijder ouderen dood in | |
goederen | in hunne minderjarigheijd of meerder jarigenongetrouwt zijnde (sonder deesen contra
rierende dispositie te hebben gemaakt) komende te overlijden soo sullen derselve vererven van het eene kind op t andere en t laaste overlijdende zonder in huwelijk te zijn of geweest te hebben of contrarie dispositie te hebben gemaakt zoo sullen desselve goederen vererven van vaders sijde herkomen aan de erfgenamen van vaders zijde ende de goederen van moeders zijde her komen aan de erfgenamen van moeders zijde winst en verlies egter sel half en half gerekent worden Ten sesden de langstlevende van de toekomende egtgenoten zal alle de huijsgeraden en inboel waar onder den biblioteek meede sal gerekent worden zoo als t selve zoo als de selve bij versterf zal worden bevonden in
wat geval het ook moge zijn altoos en erffelijk genieten en behouden sonder daar van aan jmand jets uijttekeeren | |
| 386 Ten sevenden de toekomende egtelieden wort de volle maat en magt gegeven om over hun staande huwelijk aangebragte aangeerfde en aangewonnen goederen naar hun welge valalen te disponeren ecempt de goederen daar van in art[ikel] 8 gemelt wert Ten agsten onder des bruijdegoms goederen waar over hier boven ter lijftogt is gedisponeert is niet
begrepen soodanig legaat als hij hadde van wijlen sijn omm Steven Jans van Delden bij hem op t overlijden van sijn vader ontfangen en bekomen ingevolgen testament van dezelve Steven Jans van Delden gepasseert tot Deven ter in dato 23 april 1752 alzoo t selve legaat op des bruijdegoms overlijden sal moeten succedeeren en gaan ingevolge t soo egengenoemde testament sullende sulks mede plaas hebben i nzoodanige erfgoederen als de bruijdegom staande egte mogte komen aanteerven waar | |
| waar over bovengenoemde Steven Jans van Delden dusdanige dispositie heeft gemaakt namelijk dat de soodanige goederen dan mi..
niet onder de voorsz[egde] lijftogten sullen sijn begrepen Sluijtende dese huwelijkse voorwaarde zoo sijn als deedingslieden hier over geweest aan des bruijdegoms en bruijds sijde Dieuwertje Pieters als suster Pieter Abramsz Vervelten, Neeltje Claas egtelieden als neef en nigt en Coert Hendriksz Vervelt en Aarjaantje Vissers egtelieden als oom en moeij Pieternel letje Pieters weduwe Abram Coerts als moeij alle te twisk woonagtigh de welke alle persone lijk ten desen sijn gecompateert Op voorenstaande conditie voorwaarde verklaarde de comparanten na dat het duijdelijk voorgelesen en bij haar verstaan was t voorgenomen huwelijk in de vreese des heeren hier op te willen voltrekken ondewlijk de comparanten ___ te zijn __
tot | |
| 387 groningen __ den ___ te begeven ___ verklaarende zij toekomende egtgenoten benevens de aan wesende vrinde dat al t gene in deze huwelijkse voorwaarde is vervat soo wanneer geen contraare dispositie werd gemaakt na de g____ regten en wetten ten opsite van de huwelijkse voorwaarden gestipuleert sal moeten stand grijpen en effect sorteeren Aldus gedaan en gepasseert tot Twisk en den hoofde dezes mede genoemt ten jare en dage bovengemelt ter presentie van de getuijgen mede hier voren geschreven
Jan G van delden Josijntije Pieters Verveld Dieuwertj Pieters Vervelt Pieter Abrahams Vervelt Neeltje Klaas Coert Hendriks Vervelt Ariaantje Vissers Pieternelleke Pieters Jacob Jansz Kamp jonge Jan Jacobsz Klomp
Jan Zijp not[ari]s | |