| Op huijden den vijffde januarij anno ons heeren XVJc ende acht is bij ons Corn[elis] Heijndricks ende
Jan Pietersz Koeman weesmeesteren der stede Nieuwenieudorp mitsgaders Cornelis Jansz Hoogeboom secretaris der steden Nieudorp adunckt t samen van wegen den weeshuijse ende wees armen der stede Nieuwenieudorp ter eenre ende Jan Claesz Schoenmacker van Eertswoude voor mij selven ende vervangende oock mij starckmaeckende voor Trijn ende Lijsbeth Claes d[ochte]r van Winckel mijne susteren Sijmon Andriesz Cluijver man ende voocht van Griet Claes d[ochte]r, mijn huijsvrouwe, Aerian Jansz van Schagen man ende voocht van Maritge Corn[elis] d[ochte]r mij starckmaeckende voor Anna ende Neel Corn[elis] d[ochte]r mijn huijsvrouwen susteren mitgsgaders Gerrit Claesz soone ende van wegen Sijtgen Gerrits d[ochte]r mijn moeder
in desen gheassisteert met Willem Heijndricks poorter tot Alckmaer onsen neeff alle erffghenamen van Jannitge Jans d[cohte]r d overleden huijsvrouw van wijlen Corn[elis] Jansz Molenaer t samen ter andere zijde wettelijcken i ngoeder vrient schappe eensdeels keur neminghe en wijder bij blinde lote gheschift gescheijden ende gedeeltd geoderen als huijs d besegelde brieven obligatien renten ende incoomsten bij wijlen Cornelis Jansz Molenaer ende Jannitgen Jans d[ochte]r zijn huijs vrouw naeghelaten bij welcken den weeshuijse ofte arme weesen van Nieudorp ghedeelt ende ghevallen zijn eerstel[ijk] aen een besegelden rentebrieve spreeckende op Pieter Lambert Aeriaens tot Nieuwenieudorp ende zijnen broeder in houdende die somma van tienhondert gul[den] hooft penn[ingen] een rentebrieff
spreeckende op Jacop Huijgen van de Berckmerdijck in houdende vier hondert gul[den] hooft penn[ingen] een obligatie spreeckende op Corn[elis] Aerian Piet Gerrits tot Nieudorp in houdende vijffhondert gul[den] hooft penn[ingen] een obligatie vers[chreven] Pieter Lambertsz van twehondert gul[den] hooft penn[ingen] noch een obligatie opten zelven Pieter inhoudende vijftich gul[den] hooft penn[ingen] een obligatie op Corn[elis] Jansz Backer tot Alckmaer van twehondert gul[den] hooft penn[ingen] een obligatie opten vern[oemde] Huijgen van vierhondert gulden hooft penn[ingen] een obligatie op Pieter Jansz Koning schout |
| tot koedijck van twehondert gul[den hooftpenn[ingen] een obliga tie op Jan Jansz Appelman tot Alckmaer van twehondert
gul[den] hooft penn[ingen]op Pieter Jorisz opte baghijne weijt hondert gul[den] hooft penn[ingen] een obligatie van Maerten Cornelisz van twehondert gulden een obligatie op Corn[elis] Willemsz tot Koedcijk van hondert gul[den] hooft penn[ingen] een obligatie op Pieter Corn[elisz] van Spanbroeck van hondert gul[den] hooft penn[ingen] ende aen drie hondert vijff ende twintich gul[den] opt believen van burgerm[eerste]ren ende schepenen tot Nieudorp die welcke Sijmon Arisz als ghedeelt wesende aent huijs ende erve ghehouden zal zijn aenden vers[chreven] wees huijse ofte weesarmen van Nieudorp te betalen op twe naestcomende karstijden als karstijt anno present 1608 ende karstijt XVc negen telcken d rechte helft van dien waer voor t zelve huijs en erve subiet ende
verbonden zal blijven mitsgaders zijn persoon ende goederen noch aende rechte helft van twe hondert gulden berustende onder Joris Mol Lombaert tot Alckmaer met het verloop van dien aende rechte helft van hondert gul[den] met het verloop van dien berusten onder Maerten Cornelisz Seijlmaecker tot Alckmaer mitsgaders noch aen drie hondert een ende dertich gul[den] VIJ st[uivers] XJ penn[ingen] als rede penn[ingen] berustende onder Sijmon Andries coste hem berekent mitsgaders ende noch aende renten vande boven ghes[chreven] brieven en obligatien welcken laest verschenen zijn ende noch verschijnen waer jegen d voors[crheven] erffghenamen van Jannitgen Jans d[ochte]r ghedeelt ende ghevallen zijn aen een rentebrieff spreeckende
op Pieter Lambertsz van vierhondert gul[den] hooft penn[ingen] een rentebrieff op Willem Reijersz tot Alckmaer van vier hondert gul[den] hooft penn[ingen] een rentebrieff van Jan Midtwoudt van driehondert gul[den] hooft som een obligatie van Bartel mies Jansz Schipper tot Alckmaer van hondert gul[den] hooft penn[ingen] een obligatie Frans Fransz de Vries van twe hondert gul[den] een obligatie op Corn[elis] Reijersz op langedijck van vierhondert gul[den] hooft penn[ingen] een obligatie op Egbert Thomsz tot Alckmaer van twehondert gul[den] hooft penn[ingen] |
| een obligatie op Garmet Gereoens tot Oudtdorp van hondert gul[den] hooft penn[ingen[ drie obligaties op Sijmon Gerritsz tot Bergen in houdende t saemen drie hondert
vijftich gul[den] hooft penn[ingen] __ een obligatie op Philps Jansz tot Schoorll van driehondert gul[den] hooft som een obligatie op Groote Pieter van Schagen van hondert gul[den] hooft penn[ingen] een obligatie op Claes Janss Hen van twe hondert gul[den] hooft penn[ingen] een obligatie op Aerian Corn[elisz] tot bergen van twe hondert gul[den] hooft pen[ingen] een obligatie op Gerrit Ijven tot Petten van twehondert gul[den] hooft penn[ingen] een obligatie van Jacop Huijghen van twehondert gul[den] hooft penn[ingen] voort aent halve huijs en erve noch aende rechte helft van de twe hondert gul[den] berustende onder Joris Mol Lombaert tot Alckmaer met het verloop van den aende rechtehelft van hondert gul[den] met het verloop van dien berusten onder Maerten
Corn[elisz] Seijlmaercker tot Alckmaer mitsgaders noch aen driehondert een ende dertich gulden seven st[uivers] XJ penn[ingen] als rede penn[ingen] berustende aen Sijmon Andriesz hem berekent ende noch aende renten van de boven ghes[chreven] brieven ende obligatien welcken laest verschenen zijnde ende noch verschijnen alles met expresse conditie zoe eenich der voors[chreven] respectieve brieven obliga tien ende incomsten binnen den tijt van drie jaeren vverlooren schult ghevielden dat eenich der debiteuren van dien quamen te failleeren off gheexecuteert worden dat d penn[ingen] niet waeren te ghecrijgen ofte becoomen ende sulcx daer aen schade gheleden worden zoe zullen wij respective erff ghenamen van Cornelis Janssz ende Jannitgen Jans d selve schade ghelijck t samen dragen als ten weder sijden elck halff ende halff
welverstaende dat elck vermogen zal van de boven ghes[chreven obligatien venieuwinge van de debiteurs te moghen nemen om d schult baten te innen ofte verseeckeren ongvermindert t geen vers[chreven] staet van de schade halff ende halff te dragen blijvende voorts ongvermindert d actie bij de armen van Nieudorp ghepretendeert opten boel om betalinge van seeckere ses hondert gul[den] uuijtsaecke van een gifte intervivos waer |
| jegens staen ende onverdeelt blijft seeckere obligatie van ses hondert gul[den] hooft penn[ spreeckende opt wees huijs van Nieudorp soe verre d arme van Nieudorp tott vers[chreven] ses hondert gulden gheraeckt zijn zullen mette zelve betaelt werden des nee sullen d erffghenamen respec tive als d erffgen[amen] van Corn[elis] Jansz ende Jannitgen Jans
elck halff ende halff ghenieten d penn[ingen] van de vers[chreven] obliga tie van ses hondert gul[den] met alle welcke voors[chreven] schiftinghe scheijdinghe ende deelinghe wij respectivelijcke elck zoe ons dies zoe vers[chreven] staetaengaet verghenoecht ende wel te vreden houden gheloven daeromme jegen d selve niet te doen noch laeten gheschieden in eenijger manieren onder alle verbanden van rechts wegen daer toestaende alle dunck zonder bedroch t oirconde der waerheijt hebben wij desen ghe teijckent aldus ghedaen tot Alckmaer inden sterffhuijsse |
hier van gemaect twe ghelijcke acten | van Corn[elis] Jansz Molenaer ende Jannitgen Jans d[ochte]r ten daghe ende jaere als boven
bij mij Cornelis Heindrikx Jan Pietersz Koeman 1608 C Jansz Hoogheboom not[ari]s sst bij mij Jan Claessoon Scoemaker t merck gestelt bij
Aeria[n] ^ Jansz Graeff Simon Andreisz Cluijver Willem Hijndricksen |