88 . . . .
Heijndrick Albertsz burgem[eeste]r ende Dirck Garbrantsz Kruijff als oommen ende voochden van den kinderen van sa[liger] Claes Garbrantsz Kruijff bij consent van weesm[eeste]ren deser stede vercoopen draghen op ende schelden quijt aen Pieter pe Corn[elisz] Fecke haeren behoude oom een huijs en erve staende ende leggende aende staet naest belendt met Corn[elis] Cornelisz Kruijff ten oosten ende Corn[elis] Huijgertsz ten wesen metten halve laen op de westzijde in sulcker voughen als Claes Garbrantsz de selve laen met Corn[elis] Huijbertsz ghehat ende beseten heeft voort het versz[egde] huijs ende erve voor vrij zonder eenijgen last opstal ofte onvrijdoom anders dan zijn ordinaris ende extraordinars costen etc[etra] bekennen daer
aff voldaen den laesten penn[ingen] metten eersten stellen met be lieven ende consent van weesm[eeste]ren Pieter Corn[eli]sz in volcomen pos sessie ende eijgendoom van t versz[egde] huijs en erve etc[etra] gheloven t zelve te vrijen ende waeren etc[etra] ende stellen daer voor ten specialen ende vasten onderpande een stuck landts van omtrent ses geersen d versz[egde] kinderen toebehoorende leggende vogen d harbarch naest belendt mette weche ende erven van Jan Jansz Thomas ten oosten ende d harbarchsloot ten suijden ende d erfg[enamen] van Griet Jan Thomas ten westen voor al d andere goe de[re]n vande versz[egde] kijnderen etc[etra] volgende die quijtscheldingebrieve ghe passeert voor Claes Pietersz ende Maerten Corn[elisz] schepenen besegelt bij Havick van Vollenhove schout in date den XI en april
1631 |