. . . . Op huijden den XXVJen maerte a[nn]o XVc twee ende tachtich soe verwilkuerde Cornelis Gerijt Sijmons van Nijenijdorp Cornelis Janssz Molenaer schuldich te wesen die somma van vier ende vijftich karoles guldens de welcke hij kersmisze van desen jegenwoirdige loopende jare twee ende tachtich sal wederomme opleggen ende leveren in handen van Cornelis Janssz Molenaer zijnen erffben in presentie van Aeriaen Michielsz schepen en mij secretaris
Floris Claess Buijten
m 15 " 82 . . . . |