208 van der Molen mede poorter een camer ende erve daar de iostaat staabde ende leggende aende zuijtzijde van de Ramen belent met Maarten Cornelisz Cousemaacker ten oosten ende de camer van Jan Pieters Schaghen hebben een vrijen gangh voor bij de selve camer heen voorts soo de selve betimmert ende bij den vercooper tot noch toe is gepossideert te vrijen geduijrende sijn eijgendomm e onder generaal verbandt transporteert de oude quijts[chelding]e
in dato den 7en julij 1655 met al het recht etc[etra] op welcke etc[etra] naer breeder tenueur de brieff dare van gemaackt besegelt bij schpenen W[ille]m Baart ende j[onkhee]r Geldoloph van Vladderacquen vade in dato den XXIJen julij 1665 . . . . |