91 Cornelis COrnelisz van der Hooch vader van de voorn[oemde] sijne weeskinderen heeft uijgecocht ende bewese gelijck hij uijtcoopt ende bewijst bij dese Geerlof Sebasteaensen Kemp den kinderen oom ende naeste bloetvoocht maternel uijt den boedel ende goederen roerende ende onroerende egeen uijtbesondert sulcx ende soo de selve bij
de vpprm[oemde] Janneken Basteaensz Kemp met der doot geruijmpt ende achtergelaten sijn nae dat de voogt verclaert had hem den boedel naela tenschap wel bewust ende bekent te sijn om ende voor de somme van een hondert ende vijftich car[oli] guldens tot XX stuijvers het stuck te weten voor ijder kint vijftien den selven guldens Dat oock de voorn[oemde] kinderen van Sebasteaen Geerlofsen Kemphaerl[ieden] grootvader hebben geerft nae de moeders den ver[zegde] kinderen doot een hooft som van seven hondert en vijftich kar[ol]i guldens soo de vader ende voocht voorn[oemd] affirueerden van welcke pen[ingen] Cornelis Cornelisz van Hooch haer vader voorn[oemd] bij deze bekende van voocht ontfangen te hebben de somme van vijffhondert ende darthien gulden
acht pen[ingen daer van de resterende hooft som berust soo de voocht voors[egd] vercklaert onder Reijer Sebasteaensz Kemp die d selve t sijne |