gedaen | 126 heeden den XIX c august[us] 1651 compareerden voor mij Nicolaes de Sitter not[ari]s etc[etra] ende voor de nabes[chreven] getuijgen de eersame David van Lodesteijn boeckvercooper als getrout hebbende de eerbare Debora Valx ende Gerrit Zegersz van Stellingwerff als man ende voocht van de eerbare Anna Valx soo voor hun selffs als hun sterck maeckende ende de rato |
te samen kinderen ende erffgenamen van sa[liger] Jaecques Valx ende Anneken Maertens in haer leven echteluijden |
caverende voor d[omine] Johannes ab Otten bedienaer des h[eren] dwangelij tot Beets als getrout hebbende de eerbare Elisabeth Valx ^ in dier qualite ter eenre ende de eersame Jacob Pietersz van Enenberch ter andere sijde ende verclaerden sij comparanten woonende binnen deser stede (mij notario wel bekent) met den anderen int vrun delick verdragen ende over eengecomen te sijnin manieren naer volgende nament licken alsoo de voorsz[egde] erffgenamen op seeckere huijsinge ende erve staende ende gelegen binnen deser stede aende noortsijde vande Hogelantse kerckhoff bij hun aenden voorn[oem]de Enenberch vercost ende opgedragen alsnoch per reste van custingen te betalen hadden een somme van achtien hondert ende vierentseventich car[oli] guldens te vergrooten
t stuck te betalen staende aen Barbara Jansdr wedue van sa[liger] Jan van Houte inde termijnen van twee hondert gelijcke gul[den]sz sjaers dat den voorn[oem]de Enenberch de voorsz[egde] jaerlixe custingen in betalin ge van sijne uijtgelooffde cooppenninge tot sijne laste genomenhadde heeft sulx |
hij | verclaerde te doen endejaerlix te betalen bij desen sonder dat de vooren aen preeshelick veel min contrenibelsouden heben sijn ofte blijven verbonden beloovende derhalve hij Enenberch de voorsz[egde] erffgenamen mitsgaders den een den anderen aff te houden van alle moijelicheijden
en namaningen die hemcontrarie desen aengaende soude mogen werden aengedaen in rechten ofte daer |
| buijten in gener manieren onder verbant als naer rechten daer toe staende ten laetsten bekende hij Evenberch ter saecke ende over het aennemen van de voorsz[egdel] lasten boven sijne voorsz[egde] uijtgeloofde resterende cooppen[ningen ten vollen vernoucht ende voldaen te sijn met een somme van twee hondert seven gul[den] ende vijff stuijvers benevens het passeren deses in gereden gelde dit alles ter goeder trouwen aldus gedaen ende gepasseert |
binnen Leijden | present den oude Frans van Clingelhouck ende Pieter van Leeuwen clerquend als
getuijgen van geloove hier over benevens mij notario gereq[ureer]t David van Lodensteijn Gerrit Segers van Stellingwerf Jacob Pietersen van
Eenenberch F V Clingelhouck
1651 Pieter van Leeuwen t welck ick affirmere
Nicolaes de Winter not[ari]s 1651 |