Op huijden den VIJe martij XVJc eenenveertich compareerde voor mij Henrich Melchjorsz Brasser notaris public bij den hove van
Hollant geadmitteert binnen deser stede Leijden residerende ende den getuigen onder genomineert Jan Boudewijnsz Damhouwer wonende te inden ambachte van Voorschoten bij t huijs te voorde ende bekende bij desen wel ende deuchdelic schuldich te wesen aen j[onkhee]r Berbrant Cnotter burger deser genomde stadt Leijden ofte aende gene sijns recht ten desen vercrijgende de somme van vier hondert car[oli] gul[den] te XL groten t stuc spruijtende uijt saeck van goede gangbaren gelde bij den comp[aran]t ten sijnen genougen gelicht ende ontfangen versoeckende daeromme de exceptie non numerata pecunia ende beloofde voorts de^versz[egde] vierhoundert gul[den]selve somme wederom op te leggen over een jaer na
date deser obligatie ende dat met den interest van dien jegens den penning twintich int jaer te reeckenen van huijde af deses dat af tot den dage van de effectuele voldoeninge toe verbindende hier onder den comp[aran]t sijn persoon ende generalic alle sijne goederen jegenwoordige ende toecomende ten bedwang van allen heren recht ende rechtegen met berhael vande costen ende schaden alles sonder argelist consenterende voorts hier van bij mij notario gemaect ende gelevert te werden acte in debita forma Aldus gepasseert end verleden ten cumptoire mijn s notarij ter presentie van Maerten Jansz van Hogenhouck ende Pieter Mathijsz van EgmontQuiurin Pousz van Slingeland getuigen van geloven hier toe gerequireert
Jan Bouwensz Damhouwer quierijen Pousz Slingelant MJHogenhoucksz mij jegenwoordich HM Brasser not[ari]s pub[lie]q |